toevalstreffer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een succes dat met meer geluk dan wijsheid is verkregen
    Met een enorme invasiemacht van 13 oorlogsschepen met zo'n 1300 man proberen de Hollanders Macau te veroveren. De Portugezen zijn niet tegen zo'n invasiemacht opgewassen, maar een toevalstreffer met een kanon afgeschoten door een Jezuïtische priester raakt de buskruitvoorraad van de Hollanders die daarop definitief afdruipen.