toevalligheid
vrouwelijk (de)/tuˈvɑləxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat door toeval is gebeurd en geen regel isHet winnen van de staatsloterij is een toevalligheid.„Ongelooflijk verdrietig”, werd Meijer toen ze het nieuw over de doodgeschoten honden eerder deze week hoorde. „Dit moet je géén incident noemen”, vindt zij. Ze bedoelt daarmee dat de agressieve reactie van deze honden niet gezien moet worden als een toevalligheid. NRC Kim Bos 20 januari 2017
Etymologie
*afgeleid van toevallig
Vertalingen
Engelsaccidence, chance, hazard
Spaansacaso, azar, casualidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek