toetsingsverbod
onzijdig (het)/'tutsɪŋsfərbɔt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) constitutioneel principe in Nederland (vastgelegd in Artikel 120 Grondwet) dat de rechter verbiedt om 'formele wetten' (wetten gemaakt door het parlement) te toetsen aan de Grondwet en de grondwettigheid van verdragen te beoordelen; het is bedoeld om de scheiding der machten te waarborgen, aangezien men gelooft dat alleen de wetgever de 'wil van het volk' mag uitdrukken, maar het leidt tot minder bescherming van burgerrechten dan in andere Europese landen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek