toeter
mannelijk (de)/ˈtutər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) trechtervormig instrument waardoor lucht wordt geblazen om geluid te maken
- apparaat waarmee de bestuurder van een vervoermiddel een luid waarschuwingssignaal kan voortbrengen
- (drinken) (informeel) glas alcoholische drank
- (metonymisch) geluid dat wordt voortgebracht door een hoorn of claxon
Etymologie
*: "toeteren" zonder de uitgang -en
Uitdrukkingen
- met alle toeters en bellen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek