toespijs

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtuspɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. broodbeleg
    Het is Pasen geweest maar het dringt nog niet goed tot ze door en even later zijn ze weer terug bij af. De vergeefsheid van hun leven, hun getob in de nacht, Johannes vangt het in een fraai beeld: lege netten. Totdat, tegen de ochtend, na een lange vruchteloze nacht, zij een schimmige gestalte aan het strand ontwaren die ze om toespijs vraagt, om eten bíj het dagelijks brood. Reformatorisch Dagblad 27-08-2005 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/preek-prins-pieter-christiaan-en-anita-van-eijk-1.55947 Preek prins Pieter Christiaan en Anita van Eijk]
  2. toetje, dessert, nagerecht
    Officieel was de president in Saoedi-Arabie om met de daar gelegerde militairen Thanksgiving, de nationale feestdag, te vieren. Daartoe was bijna 40.000 kilo kalkoen overgevlogen, met de bijbehorende cranberry-saus en appeltaart als toespijs. NRC H. M. van den Brink 22 november 1990 [https://www.nrc.nl/nieuws/1990/11/22/barbara-bush-krijgt-het-luidste-applaus-6947784-a1304091 Barbara Bush krijgt het luidste applaus]
    We zijn bij de toespijs beland, een sorbet van geconfijte grapefruit, afgerond met 'mokka en zoetigheden'. NRC 5 maart 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/03/05/lamslunch-met-een-schaapherder-6959146-a822428 Lamslunch met een schaapherder]
  3. bijgerecht
    Leg de pandora's op warme borden en eet ze zoals ze zijn - met als enige opsmuk de verrukkelijke kruidenvulling, die voorzichtig uit de buikholte tevoorschijn wordt gehaald. En als toespijs wat frisse komkommer: geschild, in flinterdunne plakjes geschaafd en slechts bestrooid met fijnkorrelig zeezout. NRC Florine Boucher 5 augustus 1991 [https://www.nrc.nl/nieuws/1991/08/05/pandoras-goddelijke-straf-10442027-a842187 PANDORA'S GODDELIJKE STRAF]

Vertalingen

Engelsspread, sweets, dessert