toeristenseizoen
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periode van het jaar dat vakantiegangers iets bezoekenVoor Texel loopt het toeristenseizoen van mei tot september, daarbuiten is het heel rustig op het eiland.
Etymologie
*samenstelling van toerist en seizoen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek