toepassing

vrouwelijk (de)/ˈtupɑsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een manier waarop iets gebruikt wordt
    Deze toepassing voor dit medicijn is pas kortgeleden ontdekt.
  2. het in de praktijk brengen van iets
    Bij de toepassing van de nieuwe methode is er iets misgegaan.
  3. informatica (informatica) een computerprogramma
    De toepassing is afgesloten vanwege te weinig geheugen.

Etymologie

* van toepassen

Vertalingen

Engelsutilization, application, application
Fransapplication, application
DuitsAnwendung, Anwendung
Spaansaplicación