toelaten

/ˈtulatə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) niet onmogelijk maken of verbieden, goedvinden, toestaan
    Hij besloot het gebruik van een rekenmachine toe te laten.
    Verbluft door die conclusie draait Albert zich om en ontdekt dan op een paar meter afstand luitenant Pradelle, die op hem afrent, zo snel als zijn uitrusting het toelaat. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Voor Lauritz was het licht minder romantisch. In de midzomertijd werd als het weer het toeliet het hooi binnengehaald op Osteroy.
  2. ov (ov) toegang verschaffen
    Hij werd niet tot het examen toegelaten.
  3. ov (ov) toestemming krijgen om ergens lid van de worden
    In het kantoortje van de schietbaan werd hem plechtig meegedeeld dat hij zou worden toegelaten als lid van de Jungdeutsche Orden — hij begreep alleen dat het heel eervol was.

Vertalingen

Engelspermit, allow, admit
Franstolérer, admettre, permettre
Duitszulassen, erlauben, zulassen
Spaansadmitir
Poolspozwalać, dopuszczać