toehoorster
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die luistert maar niet actief aan het gesprek of de vergadering deelneemt
- iemand die goed luistertZe keek trots naar me, vermoedelijk omdat Nounou een meelevende toehoorster aan me had.
Etymologie
afleiding van (nomact) van toehoren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek