toehoorster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die luistert maar niet actief aan het gesprek of de vergadering deelneemt
  2. iemand die goed luistert
    Ze keek trots naar me, vermoedelijk omdat Nounou een meelevende toehoorster aan me had.

Etymologie

afleiding van (nomact) van toehoren