toegangskaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtuɣɑŋsˌkart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- entreebewijs op een stevig stuk papierAls je een museumjaarkaart hebt hoef je niet te betalen voor een toegangskaart voor de meeste musea.
Etymologie
*terugvorming uit "toegangskaartje" zonder het achtervoegsel -tje, op te vatten als
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek