toegangskaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtuɣɑŋsˌkart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. entreebewijs op een stevig stuk papier
    Als je een museumjaarkaart hebt hoef je niet te betalen voor een toegangskaart voor de meeste musea.

Etymologie

*terugvorming uit "toegangskaartje" zonder het achtervoegsel -tje, op te vatten als