toedoen

onzijdig (het)/ˈtudun/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) dichtdoen, sluiten
    Hij deed de deur toe.
    Ik heb geen oog toegedaan vannacht.
zelfstandig naamwoord
  1. handelingen, acties
    Door zijn toedoen belandde iemand in het ziekenhuis.
    Hij is niet gestorven door menselijk toedoen.
  2. door ~ van: door de schuld van, veroorzaakt door
    Enkele demonstranten kwamen om door toedoen van het leger.