toean

mannelijk (de)/ˈtuwɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederlands-Indië) respectvolle aanduiding van een man
    Men bedenke ook dat Conrads Jim in havensteden gewoon een manusje-van-alles was, maar in Patoesan was hij toean (meneer) Jim.

Etymologie

*van "tuan"