tobbe
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɔbə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een (houten) vat dat naar boven wijder wordt, teilHij had een verzameling tobbes in de achtertuin staan.
- een (gebakken en geglasuurde) aarden kruik met een voet, een vlakke bovenrand en 2 oren waar vlees in gepekeld werd om te bewaren in de kelder. Kon wel tot 100 liter groot zijn.
Etymologie
* In de betekenis van ‘kuip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1252
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek