tipi
mannelijk (de)/ˈtipi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tent met een puntdak die o.a. gebruikt wordt door de Noord-Amerikaanse indianenHij is zo gefascineerd door de indianen dat hij een echte tipi aangeschaft heeft.
Etymologie
*van het "thípi" (/ˈtʰipi/) "huis"
Vertalingen
Engelstepee, teepee, tipi
Franstipi
DuitsTipi
Spaanstipi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek