tinneroy
/ˈtɪnəˌrɔj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textielindustrie) ribfluweel met dunne ribbels, meer dan 6 per cmHij is gekleed in tinneroy broek, donkerblauwe pullover, daaronder wit overhemd, open aan de hals.
Etymologie
*kofferwoord gevormd uit "thin" "dun" en "corduroy"
Vertalingen
Engelspincord
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek