tingeltangel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat een tingelend geluid maakt
    Alle kindergraven zijn er liefdevol opgetuigd met beertjes van steen, vogeltjes, bootjes, vaasjes met roosjes, kaarsjes die eeuwig branden en briefjes vol verdriet die onder een steen liggen. In de bomen rond de graven hangen heel veel windvangers die ijle, rustgevende muziek maken. Tingeltangels noemen mijn man en ik ze.
  2. café-chantant van dubieuze kwaliteit
    Foto's tonen de jonge Haasse als actrice en er ligt een programma voor Tingeltangel, de cabaretgroep van Wim Sonneveld waarvoor zij een groot aantal nummers schreef.
  3. een piano van slechte kwaliteit

Etymologie

* klanknabootsing

Vertalingen

Engelshonky-tonk piano, honky-tonk