tinctuur

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. oplossing of aftreksel van organische stoffen in een organisch oplosmiddel als alcohol of ether
    De jenever wordt gemaakt door zeewier, in dit geval Japanse kombu, een maand te laten trekken in graanalcohol en water. Zo ontstaat een tinctuur, die vervolgens samen met een kruidenmengsel wordt toegevoegd aan graanalcohol, de basis voor goede jenever.Volkskrant Loethe Olthuis 7 augustus 2009
    Er moeten heel wat mensen zijn geweest die de werking van kruiden, smeerseltjes, tincturen en elixers hebben vastgelegd. Dokters waren dun gezaaid, opgeleide artsen zeldzaam, en kwalen ruim voorradig in een wereld waarin hygiëne nog niet was uitgevonden.NRC Atte Jongstra 3 juni 2011

Etymologie

* uit het Latijn

Vertalingen

Engelstincture, potion