tijger

mannelijk (de)/ˈtɛiɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) bepaald soort zoogdier, , een grote katachtige met een geelachtige huid en donkere strepen
    De tijger behoort tot de bedreigde diersoorten.
    De Bengaalse tijger leeft in Zuidoost-Azië.

Etymologie

*via Middelnederlands "tiger", "tigre" en Latijn "tigris" van "τίγρις" (tígris), in de betekenis van ‘katachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Uitdrukkingen

  • Een tandeloze tijgerIets wat of iemand die machteloos staat
  • Een papieren tijgerIets wat of iemand die ogenschijnlijk (bijv. op papier) veel macht heeft, maar in de praktijk weinig tot niets kan uitrichten
  • Proberen op de rug van een tijger te rijdenBewust iets gevaarlijks doen

Vertalingen

Engelstiger
Franstigre
DuitsTiger
Spaanstigre
Italiaanstigre
Portugeestigre
Russischтигр
Chinees老虎
Japans
Koreaans호랑이
Arabischنمر, ببر
Turkskaplan
Poolstygrys
Zweedstiger
Deenstiger