tijdrekening

vrouwelijk (de)/ˈtɛitrekəˌnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een telsysteem om te kunnen werken met het verschijnsel van de voortdurende opeenvolging van gebeurtenissen
    Elke cultuur kent zo zijn eigen tijdrekening, vaak gebaseerd op regelmatige verschijnselen aan het firmament.

Etymologie

*Samenstelling van "tijd" en "rekening"