tijdklok
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) een schakelaar die om een bepaald tijdstip automatisch de schakeling omzetToen we op vakantie waren gebruikten we een tijdklok om 's avonds te laten lijken alsof we thuis waren.
Vertalingen
DuitsZeitschaltuhr
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek