tijdbom

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɛidbɔm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bom die door een tijdmechanisme op een bepaalde tijd ontploft
    Gelukkig kon de tijdbom nog net op tijd onschadelijk gemaakt worden.
  2. figuurlijk (figuurlijk)iets dat op een later tijdstip iets vervelends veroorzaakt
    De klimaatverandering is een tikkende tijdbom.