tijdbom
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɛidbɔm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bom die door een tijdmechanisme op een bepaalde tijd ontploftGelukkig kon de tijdbom nog net op tijd onschadelijk gemaakt worden.
- (figuurlijk)iets dat op een later tijdstip iets vervelends veroorzaaktDe klimaatverandering is een tikkende tijdbom.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek