tic
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) zenuwtrek
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘spiertrekking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Vertalingen
Engelstic
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek