thuiswacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtœyswɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die thuis moet blijven om op het huis, kinderen en huisdieren moet passen als de bewoners voor langere tijd afwezig zijn
    Personal Affairs werkt met een databestand van ongeveer 75 mensen die ingeschakeld kunnen worden als chef-kok, thuiswacht (65-plussers), visagiste, enzovoort. De Standaard 26/09/2000 door Michel Vandersmissen [https://www.standaard.be/cnt/dst26092000_075 Huur eens een makelaar in quality time]
  2. organisatie die op een huis past als de bewoners (voor langere tijd) afwezig zijn
  3. het aan de beurt zijn op te moeten oppassen