thermos

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkorting van thermosfles of thermoskan, een kan of fles waarin warme vloeistoffen warm kunnen blijven en koude vloeistoffen koud
    De directrice van het cultuurcentrum heeft zo’n oude thermos vol koffie gemaakt. Die staat nu tussen ons in, op het houten bankje buiten. Af en toe komt een werknemer er een kopje uit duwen.de Standaard 28 OKTOBER 2017
    De firma Thermos houdt al 110 jaar de thee warm. 470 ml, € 26. thermos.comVolkskrant 12 september 2015

Etymologie

* verkorting van thermosfles of thermoskan

Vertalingen

Engelsthermos