theeroos
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) gekweekte rozensoort die naar thee geurt
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gekweekte roos’ voor het eerst aangetroffen in 1903
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek