theaterzaal

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grote ruimte die geschikt is voor theateruitvoeringen
    de repetities van De Neushoorn waren begonnen, het leek of we meer in de theaterzaal zaten dan in de klas.
    Scholen kunnen er ook voor kiezen om op externe locaties les te geven, zoals in een sporthal of theaterzaal.