theater

onzijdig (het)/teˈjatər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toneel (toneel) een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden
    Wij gaan graag samen naar het theater.
  2. overdreven en onechte emotionele uitingen
    Toen ze het hoorde had mevrouw Maillard luide kreten geslaakt, maar het was zo'n extraverte vrouw dat bij haar onmogelijk uit te maken viel wat angst was en wat theater. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

*Komt van het Griekse theatron (theater), dat weer een samenstelling is van theastai (kijken) en -tron (plaatsaanduiding).

Vertalingen

Engelstheatre
Fransthéâtre
DuitsTheater
Spaansteatro