textuur

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de manier waarop iets is samengesteld, hoe het materiaal aanvoelt en hoe de structuur eruit ziet
  2. informatica (informatica) een afbeelding die rond een polygoon wordt toegevoegd om deze echt te laten lijken
  3. kookkunst (kookkunst) het geheel van structuur van materialen, de smaken, de kleuren, de opbouw van een gerecht
    Dit gerecht heeft een geweldige textuur.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vezelstructuur’ voor het eerst aangetroffen in 1697

Vertalingen

Engelstexture
Franstexture
Spaanstextura