textuur
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de manier waarop iets is samengesteld, hoe het materiaal aanvoelt en hoe de structuur eruit ziet
- (informatica) een afbeelding die rond een polygoon wordt toegevoegd om deze echt te laten lijken
- (kookkunst) het geheel van structuur van materialen, de smaken, de kleuren, de opbouw van een gerechtDit gerecht heeft een geweldige textuur.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vezelstructuur’ voor het eerst aangetroffen in 1697
Vertalingen
Engelstexture
Franstexture
Spaanstextura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek