teveel

onzijdig (het)/təˈvel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene wat over is boven de gewenste hoeveelheid
    Er was een teveel aan onverantwoorde kredietverleneningen.
    Er is te veel water.
    Er is een teveel aan water.

Vertalingen

Engelsexcess
DuitsZuviel, Übermaß
Spaansexceso