tetra

mannelijk (de)/ˈtetra/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) tetrachloorkoolstof gebruikt als ontvlekkingsmiddel
  2. straalvinnigen (straalvinnigen) vis behorende tot bepaalde soorten karperzalmen die vaak in aquaria worden gehouden
    Wat voor soort tetra's zijn dat? Neontetra's?

Etymologie

*[2] (verkorting) van , vroeger gebruikt als naam voor het geslacht waartoe veel van deze vissen behoorden