testkaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtɛstkart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bedrukte kaart waarmee je een test kunt uitvoeren, met name een kaart waarmee je de gezichtsscherpte kunt bepalen
    Kijk, mensen die genoeg hadden van het gedoe met hun lenzen en beslist geen bril wilden, kozen de afgelopen jaren vaak voor laserchirurgie van het hoornvlies. Daar gaan 1 tot 2% van de mensen twee regels minder goed door zien op de testkaart van de opticien, zelfs als ze een bril opzetten. Dat is onherstelbaar visusverlies. Nu kun je met veel minder kans op problemen de dertigdagenlenzen kiezen. NRC W. Köhler 22 juni 2002 [https://www.nrc.nl/nieuws/2002/06/22/dertigdagenlenzen-7595144-a804620 Dertigdagenlenzen]
    De onderzoekers gebruikten een tweedehands telescoop van een gangbaar type en een camera, samen nog geen 1500 euro aan apparatuur. Er werd een testkaart gebruikt met een kleinste letter van 18 punt, op een lcd-monitor van 15 inch. Van een afstand van tien meter was deze kleinste letter in alle gevallen goed te lezen. NRC H. Blankesteijn 6 juni 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/06/06/gluren-via-de-theepot-11550692-a256397 Gluren via de theepot]

Vertalingen

Engelstest card