terugvinden
/t(ə)ˈrʏxfɪndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets dat verloren was opnieuw vindenHij had gelukkig zijn trouwring teruggevonden.Zelfs Kleine Woord zou zonder hulp de plek niet meer hebben teruggevonden. Misschien alleen als hij zijn oor op de aarde legde en de boomwezens juist het Boomlied zouden zingen. En zelfs daarvoor moest je nog erg goede oren hebben. {{Aut|Herzen, FrankMaar nee, ze moest en zou haar fles terugvinden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek