terugtocht

mannelijk (de)/təˈrʏxˌtɔxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tocht terug naar een eerder beginpunt
    Na drie weken door Zweden getrokken te hebben beginnen we morgen aan de terugtocht.

Vertalingen

Engelsjourney back
Fransretour
DuitsRückfahrt
Spaansvuelta