teruglopen
/tə'rɵxlopən/
Betekenis
werkwoord
- (erga) afnemen [5], minder worden, verminderen [1]De inflatie liep afgelopen jaar terug.
- (erga) weer naar het beginpunt van een route lopenHij kocht de krant en liep terug naar huis.Ik had de keuze om 10 kilometer terug te lopen naar een plek waarvan ik zeker wist dat er water was of 8 kilometer door te lopen naar het eerstvolgende beekje, dat echter ook opgedroogd zou kunnen zijn.Toch nam ik het risico om door te lopen, in 10 kilometer teruglopen (backtracking zoals ze in de VS zeggen) had ik echt geen zin.
Vertalingen
Engelsdecline, dwindle, go back
Spaansdisminuir, descender, volver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek