terugkomst

vrouwelijk (de)/t(ə)ˈrʏxkɔmst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het terugkeren naar een voorheen bezochte of bewoonde plaats
    Bij zijn terugkomst bleek zijn huis geplunderd door inbrekers.
    ‘Wat vindt je vrouw ervan dat je zo lang weg bent?’ Deze vraag werd mij veelvuldig gesteld, zowel van tevoren als bij terugkomst. Op zich een logische vraag.

Etymologie

* van terugkomen

Vertalingen

Engelsreturn