terughoudendheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het terughoudend zijn
    "We moeten nadenken over hoe we met die publieke ruimte willen omgaan. Vroeger lag de nadruk op terughoudendheid, gereserveerdheid. Men was wel van een kerk of een levensopvatting, maar er was een soort afspraak om het private en de overtuiging niet al te sterk aanwezig te laten zijn in de publieke ruimte. Zo bleef de publieke ruimte een neutrale, betrekkelijk veilige sfeer."

Etymologie

*afgeleid van terughoudend

Vertalingen

Engelsabstention, abstinence
Spaansreticencia