terugbrengen

/təˈrʏxbrɛŋə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) naar het punt van vertrek brengen
    Het is bijna zeven uur, wordt het niet eens tijd je moeder terug te brengen?
    In zijn eigen woorden wilde hij 'kleur terugbrengen op de wangen van de vereenzaamde en opgesloten jongens, door hun lichamen en karakter te harden door de risico's en zelfs de excessen van sport'.
  2. ov (ov) naar de eigenaar brengen
    Zou jij de sleutels naar de verhuurder terug kunnen brengen?
  3. ov (ov) een eerdere of lagere toestand herstellen
    Dat bracht de stand terug tot een gelijkspel.

Vertalingen

Engelstake back, bring back, take back
Fransramener, rapporter
Duitszurückbringen, zurückbringen
Spaansdevolver, devolver