terugbetalen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ditr) door iemand op voorschot betaalde uitgaven vergoedenHij kreeg die onkosten keurig netjes terugbetaald.
- vereffenen van een schuldMama had niet alleen terugbetaald wat ze in het begin van de zomer voor haar eerste loon van me had geleend.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek