tersel

mannelijk (de)/ˈtɛrsəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde, valkerij (dierkunde), (valkerij) mannetje van een roofvogelsoort
    (…) de twee duide-Lijk jagende valken, die, zeg ik eerlijk,.Ons volgden van boomtop tot boomtop, altijd.Schreeuwend tussen beide, vrouwtje en tersel, (…)

Etymologie

*via Middelnederlands "tersel" van "tercel" dat wellicht verwijst naar het vroegere idee dat in een broedsel uit het derde ei (vergelijk Latijn "tertius" "derde") een mannetje zou komen, cognaat met "tiercelet", "tercel", "Terzel"

Vertalingen

Engelstercel
Franstiercelet
DuitsTerzel