terrine
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geglazuurde schaal om in te kokenDe terrine die we van oma gekregen hadden was in stukken gevallen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kom van aardewerk of gerecht daarin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1761
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek