terriër
mannelijk (de)/ˈtɛrijər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hond uit bepaalde rassen, vroeger veel gebruikt voor de jacht
Etymologie
*van "terrier", in de betekenis van ‘hondensoort’ aangetroffen vanaf 1847
Vertalingen
Spaansterrier
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek