tepel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een gepigmenteerd knopvormig uitsteeksel op de borst van de mens. Bij de vrouwen komt tijdens het zogen uit de tepels de melk voor de baby. Bij de man is de tepel een rudimentair lichaamsdeel
    Het meisje wilde graag een piercing door haar tepel, maar mocht het niet van haar moeder.

Etymologie

* Afgeleid van "tip"

Vertalingen

Engelsnipple
Fransmamelon
DuitsBrustwarze
Spaanspezón
Italiaanscapezzolo
Turksmeme ucu, meme başı
Poolssutek, brodawka sutkowa