tentstok
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een paal waarmee het tentdoek omhooggehouden wordt in een tentSpelletjes zijn op vakantie even onmisbaar als tentstokken en een glas wijn. Een fijn spel vormt de vanzelfsprekende afsluiting van een zomerdag. Maar welk spel gaat er mee? NRC Lucas Brouwers 24 juni 2016
Vertalingen
Engelstent-pole
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek