tentoonspreiding
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men iets met veel vertoon aan de buitenwereld laat zienDe geïndustrialiseerde tentoonspreiding van incompetentie stemde hem vrolijk.
Etymologie
*(nomact) van tentoonspreiden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek