tenorsaxofoon
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een houtblaasinstrument met een enkelrietDe tenorsaxofoon is op het mondstuk na, geheel van messing gemaakt.
Vertalingen
Engelstenor saxophone
Franssaxophone ténor
DuitsTenorsaxophon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek