tennis

onzijdig (het)/ˈtɛnɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) balsport
    De tennishistoricus Gillmeister ziet in het vroegmoderne tennis een gepacificeerde vorm van de toernooien, en in het Duitsland van de negentiende eeuw wordt het toernooi als een terminologisch anker gebruikt voor de nieuwe turnsport.
    Maar het feit dat er specifieke gidsen verschenen voor schermen, paardrijden, voetbal en tennis - om er maar een paar te noemen - geeft aan dat sport zich tot een apart veld van expertise had ontwikkeld.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘slagbalspel’ voor het eerst aangetroffen in 1901

Vertalingen

Engelstennis
Franstennis
DuitsTennis
Spaanstenis
Italiaanstennis
Portugeestênis
Poolstenis, tenis ziemny
Zweedstennis