tenaamstelling

vrouwelijk (de)/tə'namstɛlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Het op naam stellen van iets, het op naam gesteld zijn van iets
    De nieuwe eigenaar van de auto regelde gelijk de tenaamstelling, zodat de auto op zijn naam zou staan.

Etymologie

* Samenstellende afleiding van te, naam en de stam van stellen