televisietoespraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌteləˈviziˌtusprak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toespraak die op televisie gehouden wordt (door een staatshoofd, regeringsleider)
    De koning hield om zeven uur een televisietoespraak.

Etymologie

* Samenstelling van televisie en toespraak

Vertalingen

Engelstelevised speech, televised address
Fransallocution télévisée
DuitsFernsehansprache
Spaansdiscurso televisado
Italiaansdiscorso televisivo