televisieman

mannelijk (de)/ˌteləˈviziˌmɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die werkt voor de televisie
    De televisieman vroeg of hij naar een Pools restaurant wilde, en hij zei: 'Daarheen als allerlaatste.
    ' De biefstuk was zo heerlijk dat de televisieman hem bedankte voor zijn moed.