telegraafpaal

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. paal waaraan telegraafdraden hangen; mast voor telegraafdraden
    Door de beperkte ruimte tussen de zijgevel en onze veranda had de muurbedekking zich tijdens haar val op natuurlijke wijze opgerold, zodat daar nu een reusachtige kokosmat leek te liggen, klaar om met mattenkloppers ter grootte van een telegraafpaal uitgeklopt te worden.
  2. paal met een ingebouwd telegraaftoestel
    Parfumflesjes die na een eeuw nog vaag naar hun inhoud ruiken. De telegraafpaal waarmee eerste officier Murdoch (te laat) het bevel 'hard naar stuurboord' gaf. Champagneflessen met de inhoud er nog in. Vanaf morgen zijn honderden objecten van het gedoemde stoomschip Titanic te zien in de Amsterdam Expo.